Vanavond was ik voor het eerst sinds een week of drie weer op de schaakclub. Het moest weer eens. Erik Hoeksema, vaste clubkampioen en speler van Groningen 1, zij eens over teamgenoot Yge Visser: "Visser geniet achter het bord, Hoeksema lijdt." Visser speelt altijd met een enorme zonnebril op, volgens Annelies omdat hij te veel drinkten daarom niet zoveel licht aan zijn ogen kan verdragen, en om te zorgen dat de tegenstander zijn ogen niet kan zien. Of hij geniet of lijdt is dus niet aan zijn ogen te zien, maar die keer dat ik hem serieus zag spelen zag hij er buiten zijn ogen om wel gelukkig uit. Dit is overigens een tamelijk apocrief verhaal, dat citaat van Hoeksema, het kan maarzo dat ik het zelf verzonnen heb om een voobeeld te hebben. Meestal vind ik mijzelf in 'Hoeksema', niet omdat ik dat zo graag wil maar omdat het nu eenmaal bij schaken hoort, en omdat ik nu eenmaal schaak. Sommige dingen verander je niet zomaar. Gelukkig kan ik sinds twee maand weer schaken alsof er echt iets op het spel staat, alsof het een zaak van leven of dood is. Dat resulteerde in een prima score van 3 uit 4. Het is dan jammer om dan niet te gaan.
Ik vertrok met Dvorak's Stabat Mater in mijn hoofd, een stuk waarin Maria's weeklagen voor het kruis van Jezus vertolkt wordt in een muziek die de ene keer langzame, diepe groeven in je ziel trekt, afgewisseld met heftige passages waarin Christus' lijden in al zijn hevigheid op je af stormt. Uitstekende muziek om op te schaken, ik ben benieuwd of Hoeksema er wel eens van gehoord heeft.
Vlak nadat ik buiten was begon het te stortregenen, met steeds korte tussenpozen waarin het bijna droog was. Ik reed dus steeds zo snel mogelijk van schuilplaats naar schuilplaats, gelukkig zijn er langs het Damsterdiep, de Steentilstraat en de Rademarkt overal afdakjes. Desondanks arriveerde ik met een doorweekte jas en hoed op de club.
Zoals ik al enigszins verwachtte moest ik spelen met Ti de Jong, met wie ik de tweede plaats in de derde (en laatste) groep deelde. Er stond dus zeker vanavond iets op het spel. Ik had nog niet vaak tegen Ti gespeeld, bij mijn weten heb ik één keer van haar verloren en de laatste keer verzandden we in een hopeloos toreneindspel, remise dus. Zij zei dat dat een spectaculaire partij was geweest, ik wist alleen nog van het eindspel.
Ik speelde met zwart, wat ik soms een voordeel vind want dan hoef je niet meteen zelf iets verzinnen. Reageren gaat mij vaak beter af, eerst de tegenstander afstoppen, opvangen, onschadelijk maken en dan zelf toeslaan bevalt mij vaak wel.
Ti begon heel standaard met 1 e4, ik antwoorde met c5 zoals ik nogal eens speel de laatste tijd. Je houdt je centrum eerst dicht en probeert het over de flanken.
2 Pf3 Pc6
3 d4 cxd4.
Nemen is misschien theoretisch niet de beste optie, maar ik moest al die regenbuien nog verwerken en zat net aan m'n eerste kop koffie, dus ik had nog niet zo'n zin in heel diep nadenken. Ik verwachtte 4 Pxd4, waarna er iets komt wat ik redelijk in mijn hoofd heb.
Ti besloot er een pion tegen aan te gooien en daarna haar andere paard te ontwikkelen.
4 c3
Slaan ligt voor de hand, maar dat heeft mij tegen Serier in de goeie ouwe tijd een aantal nederlagen opgeleverd omdat je dan alleen maar met je pion bezig bent terwijl de witspeler allerlei stukken ontwikkeld en open lijnen krijgt. Dus
4 .... d6. Ontwikkelen, niks van je tegenstander aantrekken en een lekker stootkussentje neerleggen.
5 Lc4 Pf6 Dreiging op de e-pion. Wit moet nu een antwoord verzinnen.
6 D d3 g6. Loperlijn open gooien.
Hier merkte ik dat ik mijn hoofd er nog steeds niet zo bij had, mijn notatieformulier was een zootje want alle zetten van wit en zwart stonden verkeerd om genoteerd. Eerst maar een nieuw blaadje gepakt en alles opnieuw opgeschreven.
7 cxd4 Lg7 Wit creëert twee sterke centrumpionnen, maar één en ander komt ook wel een beetje open te liggen. Tot nu toe theoretisch verantwoord.
8 Pc3 0-0
9 0-0 a6. Tegen allerlei binnenkomende lichte stukken.
10 a3 (zelfde idee) b5. Proberen de witte loper terug te dringen, en ruimte voor mijn eigen loper op wit creëeren. Met enige mazzel valt er iets te rotzooien op de damevleugel van Ti.
11 La2. Het is een sterke loper en daar moet je zuinig op zijn. Hij staat nu wel erg aan de zijkant geparkeerd.
....Db6. Misschien theoretisch al wat minder verantwoord, maar ik wilde de druk op de e-pion verhogen.
12 Le3 Pg4
In de hoop de loper op e3 te kunnen ruilen. Paarden zijn niet mijn sterkste kant. Ik was ondertussen aardig wat tijd aan het verbruiken, het was tot nu toe een stelling waar alles veel vanzelfsprekender was voor wit dan voor zwart.
13 Pd5. Een erg vervelend paard komt nu zomaar mijn centrum binnen, er dreigen wat vorkjes en mijn dame moet terug. Omdat ik die dreiging naar e5 erg spannend vind moet dan maar het onverantwoordelijke
..... Da7
14 Tc1. Terecht bezet wit met de toren de openliggende c-lijn. Is van later zorg. Ik kan nu mijn loper nemen, tegen een paard.
..... Pxe3
15 fxe3 Ld7. Mijn paard stond daar ongedekt. Deze zet kostte me nogal wat tijd. Ti ruikt iets en gooit de zetten er achter elkaar uit, terwijl bij mij zowel op het bord als in mijn hoofd alles kraakt.
16 Ph4. Wit heeft nu een behoorlijk sterk centrum, met name die twee pionnen op de vierde rij lijken ongenaakbaar. Bovendien wordt mijn e-pion ernstig bedreigd door het paard op d5, mijn paard op c5 door de toren en ligt de f-lijn open voor wits andere toren.
.... e6. Eerst dat paard wegjagen.
17 Pf6, met schaak. Hier had ik totaal niet op gerekend. Ik vermoed dat wit hier iets wil gaan offeren, dan wat lijnen open gooien en dan met de hele boel naar binnen denderen. Mijn vader mijn vader, wagens en ruiters van Israël.
... Kh8. Geen keus.
18 Tf3 Het wordt aardig benauwd.
..... b4. Ik probeer wat te rommelen, er zit eventueel een vorkje in en anders misschien ruimte voor mijn witte loper om de dame te bedreigen.
19 Df1. Ti gokt er op om met een paardoffer hierna of nog later alles in één keer via de f-lijn open te krijgen. Wits stukken zijn echter inmiddels erg verspreid geraakt, en daar ben ik mij iets meer van bewust dan Ti. Tegelijk hebben ze wel alle ruimte om van alle kanten op mijn stelling te beuken.
Maar nog steeds staan mijn Dame, mijn zwarte loper op de diagonaal en mijn paard op de pion op d4 te stampen, met daarachter wits koning op g1 en een ongedekte pion op b2. Als ik daar achter kom met mijn dame, vallen er twee pionnen, wordt de loper op a2 zwaar aangevallen en moet wits Dame twee torens tegelijk dekken. De enige mogelijkheid om dit te bereiken is mijn paard te offeren, of te ruilen tegen twee of drie pionnen. Ik neem er maar eens uitgebreid de tijd voor, een half uur bijna. Lang geleden dat ik zo lang heb zitten rekenen of het echt kon, en jawel, het is toch de dood of de gladiolen. Je zit daar per slot ook nog een beetje voor je lol, er mag best eens met stukken gesmeten worden.
19 ... Pxd4. Ik zag Judith en Dimitri buiten staan roken en kreeg opeens een enorme zin om even af te koelen en in een sigaret om mijn zenuwen in bedwang te houden.
'Een van ons gaat spectaculair ten onder', zei ik tegen Ti en ging naar buiten.
Daar bietste ik een sigaret van Dimitri, in de verwachting dat Ti toch ook wel een keer lang zou nadenken. De klok kon ik van buiten zien, het bord niet omdat de klok daar voor stond. Dit omdat ik stijf links ben en de klok altijd aan mijn linkerhand zet. Volgende keer toch maar eens andersom proberen, zodat ik buiten alvast over mijn volgende zet kan nadenken. Ti deed halverwege mijn sigaret al een zet, maar aangezien ik bij voorkeur een sigaret tot het uiterste uitrook en om deze had moeten zeuren, besloot ik rustig aan te doen. Afgelopen zondag had ik van mijn oude leermeester oom Henk nog maar eens geleerd hoe belangrijk de psychologie bij het schaken is, dus deed ik maar alsof alles onder controle had.
Toen ik naar binnen ging bleek Ti alles volgens plan te spelen.
20 exd4, en na twee seconden nadenken
.... Dxd4 schaak.
21 K h8 Lxf6
22 Txf6 Dxb2 . Drie zetten in nog geen 15 seconden. Opeens staat alles bij wit te wankelen en Ti begon heel wanhopig te kijken.
23 Lb1, weinig keus. Hier moest ik toch even nadenken over de juiste voortzetting, en opeens zag ik niet zomaar het licht, het was het schijnsel van een half engelenkoor dat zich openbaarde.
.... Ld5. Op dat moment denderde dat uitzinnige Amen uit Rossini's Stabat Mater mijn hoofd binnen, en op het moment van schrijven jubelt het er nog steeds rond. De witte dame houdt twee torens tegelijk gedekt, maar moet één van de twee lijnen opgeven om het eigen vege lijf te redden.
24 De1. Dxf6. Witte toren weg, Ti had de ramp nog niet eens gezien.
Plotseling sta ik een toren tegen een paard voor plus drie pionnen.
25 axb4, twee pionnen dus.
.... Ta-c8
26 Td1 Tf-d8
27 Pf3 Df4
28 Pd2-La4
29 g3 Dg5
Voor wit is het spreekwoordelijke spartelen begonnen, in de hoop de tegenstander nog een fout te ontlokken. Bij mij lukt dat ook bijna altijd wel, maar zo goed kon Ti mij niet kennen. De witte toren moet weg, en daardoor kan ik wat materiaal gaan afruilen.
30 Tc1 Txc1
31 Dxc1 d5
32 Db2 KG8 Dit schaakje toelaten is zo'n slordigheidje wat je zomaar een zekere overwinning kan kosten. Deze keer viel de schade mee. Hier merk ik ook dat mijn notatie weer niet klopt, zodat ik niet meer exact kan nagaan hoe het verdere verloop was, misschien in de reconstructie. In ieder geval verliep de rest zeer voorspoedig, ik kon de stukken van Ti één voor één van het bord halen en na een zet of vijfenveertig gaf ze de strijd op.
Voor ik met schrijven begon had ik een mooie moraal in mijn hoofd, anders ga ik geen stukje schrijven over een schaakpartij , maar die ben ik vergeten. Ik voelde mij een beetje Yge Visser vanavond, en dat is ook wel eens fijn.
dinsdag 8 mei 2007
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten