donderdag 14 juni 2007

In de krant

De afgelopen nacht gaf ik mijn fiat aan de definitieve versie van mijn artikel. Het was voor het Nederlands Dagblad en gaat over het leven werk van de Groninger geschiedfilosoof Frank Ankersmit.
Ik was wel tevreden met wat Willem Bouwman, de redacteur, van de eindversie had gemaakt, en ik wilde er vanaf, het had me lang genoeg geduurd. Ik had dat hele boek van Ankersmit gelezen, wat een paar week kostte, heb er enorm van genoten maar voor zo'n artikel is het veel te veel werk. Daarna nog een paar dingen er omheen gelezen en uiteindelijk twee nachten, maandag-dinsdag en dinsdag-woensdag, zitten schrijven. Ewout had nog wat nuttige commentaren die ik er woensdagochtend in verwerkte, en toen de handel opgestuurd.
Aan het eind van de middag stuurde Willem een geredigeerde versie, wat wel een mooi schilderij was geworden. Helaas niet zo mooi als wat Anke ooit van een hoofdstuk van mijn scriptie maakte, maar dat kwam omdat zij alle primaire kleuren gebruikte terwijl Willem het bij rood hield.
Hij had wat nuances verwijderd die ik juist heel belangrijk vond om het onderwerp niet heel simplistisch voor te stellen. En hij had de mooiste zin van het stuk verwijderd, omdat hij hem niet begreep. Die zin bedacht ik pas toen ik al in bed lag en alles nog eens door mijn hoofd begon te spoken. Ik heb er nog een uur van wakker gelegen daarna.
Het was de zin die het af maakte. Het was de tweede helft van een lange zin die zorgde dat het eerste deel in een goed ritme kwam. Nu staat de eerste helft van die lange zin er nog, maar voor mijn gevoel gaapt er na de punt een diepe afgrond. Maar het was ook de zin die maakt dat het hele stuk tot zijn voleinding komt, om het wat Hegeliaans te zeggen. De zin die maakte dat het stuk helemaal van mij was. Maar tegelijk was het een zin die je niet helemaal serieus kunt nemen.
Ik mailde dat ik grotendeels tevreden was, maar dat die nuances die hij er uit had gehaald er toch eigenlijk echt in moesten. Over mijn zin mailde ik dat het eigenlijk een grapje was.
Daarna had ik de theoretische barbecue met de Groninger geschiedfilosofen, onder meer met mijn onderwerp van de afgelopen dagen. Inclusief het terras werd het aardig laat en wazig. Desondanks leek het mij goed om even te kijken of Willem nog had gemaild, en in mijn postbus zat inderdaad de eindversie. Zonder mijn superzin. Ik heb het er maar bij gelaten want ik kon er geen goede argumentatie bij verzinnen.
Nu heb ik spijt dat ik niet gewoon heb gezegd dat hij er in moest. Ik heb nog te veel ontzag voor Willem en andere opdrachtgevers en iedereen waarvan ik denk dat die er wel meer verstand van zal hebben dan ik.
Er is nu hier vlakbij een woest studentenfeest aan de gang. Ze brullen over Carnaval in t Noorden. Van slapen komt voorlopig niet veel vrees ik. Morgen sta ik in de krant.


http://www.artikelenjwtamminga.blogspot.com/
of lees het ND

Geen opmerkingen: